Duivenkast

Middeleeuwse houten duivenkast zijn niet bewaard gebleven, maar schriftelijke bronnen tonen aan dat veel kastelen al vroeg over een duivenhouderij beschikten. De gevelduifkast boven de gracht ontwikkelde zich waarschijnlijk uit deze oudere traditie.
Deze duivenkasten werden vanaf de zeventiende eeuw aan de achtergevel van stallen, koetshuizen of dienstgebouwen bevestigd, waarbij de invliegopeningen direct boven de gracht lagen. De duiven konden daardoor ongehinderd aanvliegen, terwijl roofdieren zoals marters, ratten en katten de nesten nauwelijks konden bereiken. Bovendien viel een deel van de mest rechtstreeks in het water of kon deze eenvoudig vanaf een boot of vanaf de oever worden verzameld. Bij grotere kastelen vormde zo’n duifkast een efficiënt alternatief voor een vrijstaande duiventoren.
Na de afschaffing van de heerlijke rechten aan het einde van de achttiende eeuw verloor de duivenhouderij haar exclusieve karakter. In de negentiende eeuw maakten goedkope guano en later kunstmest de kostbare duivenmest overbodig. Veel duivenkasten verdwenen daardoor of raakten in verval.