Kerken
Duiventillen in kerken
Waar kastelen hun duiventil vooral als statussymbool en voedselbron gebruikten, had de kerk er een net iets ander verhaal bij. Ook geestelijken behoorden namelijk tot de bevoorrechte klassen die duiven mochten houden, en dat leverde een verrassend eigen hoofdstuk op in de geschiedenis van de duiventil.
Kloosters, vasten en vlees
In de middeleeuwen was het houden van duiven voorbehouden aan de adel en de kerk. Voor kloosters en abdijen speelde dat recht een heel praktische rol: duivenvlees vormde een welkome aanvulling op het menu van monniken, juist tijdens vastenperiodes waarin gewoon vlees verboden was, duif gold kennelijk als een aanvaardbare uitzondering. Daarnaast leverde de mest een waardevolle meststof voor de moes- en boomgaarden van het klooster.
Duiven in de kerktoren zelf
Bijzonder aan kerken is dat ze niet per se een apart duivenhuisje nodig hadden: de kerktoren zelf kon dienstdoen als duivenverblijf. Naast de bekende vrijstaande duiventillen en gemetselde duiventorens bestonden er namelijk ook duifverblijven die simpelweg in de kerktoren waren ingericht. Zo’n toren (of kerkzolder) bood ruimte, hoogte en beschutting – precies wat duiven nodig hadden – en bespaarde de bouw van een apart gebouwtje.
Een overzicht van duiventillen in of bij kerken in Nederland: